
Vragen:
1. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat Leterme schrijft naar de voorzitter van een parlement waar hij geen verantwoording en ook geen zaken heeft, om die voorzitter aan te zetten maatregelen te nemen tegen wat een parlementslid in zijn Parlement heeft gezegd? Is dat nog wel democratisch? In de wereldvreemde en door de meeste referenda gebuisde Europese instellingen wordt repressief opgetreden tegen de scherpe woorden van politieke nieuwkomers. Wel typisch dat de Belgische eerste minister in die repressie voorop loopt. Ik stelde de vraag gisteren aan Leterme (het verslag vindt u hier - het beeldfragment onderaan)
2. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat de Vlaamse staatsomroep in een (Terzake)debat over de Nederlandse verkiezingen (naast de statutaire socialist Tobback) niet een Vlaams Belang-woordvoerder uitnodigt maar zonder schaamte Bart De Wever nog maar eens naar de studio sleept om hem de pruik van Geert Wilders op de brede kruin te drukken in een poging om de Vlamingen zowel om de tuin als om de hete brij van de indrukwekkende actualiteit van het Vlaams Belang te leiden? Knettergek, of om het met een door De Wever veel gebruikte uitdrukking te zeggen: van de pot gerukt !
Antwoord:
De parlementaire democratie in West-Europa zou nog altijd een goed systeem kunnen zijn als de politieke partijen van toen ook politieke partijen van vandaag zouden willen worden. Ze willen dat echter niet en dus -omwille van de staatsstabiliteit- worden (meestal via de media) steeds meer vormen van manipulatie in het systeem ingebracht. Het soepje dat zo ontstaat, is echter steeds minder smakelijk, om niet te zeggen onverteerbaar voor de burgers. Het systeem wordt een semi-autoritair theater waar de burger geen vat op heeft, laat staan dat hij zou aanvoelen enige inspraak te hebben. De gevestigde orde (CD&V, VLD, SP.a, De Standaard en de VRT) probeert met een soort van DDR Boerenpartij, een geaccrediteerde oppositiepartij, in dit geval dus de N-VA, de boel wat in kneedbare banen te leiden, maar de burger zal verbitterd afhaken, want hij (zij) wordt gemanipuleerd en voor de gek gehouden. Het ligt er gewoon veel te dik bovenop.
Het verschijnsel is erg breed aanwezig in de meeste West-Europese democratieën. Maar in Vlaanderen is het natuurlijk nog erger, want niet alleen moet men met een verbrokkeld partijlandschap dat naar her en der weggevluchte kiezers weerspiegelt een regering vormen, maar ook moet nog eens het uiteendrijvend land tegen de natuur in bijeen worden gehouden.
Parlementaire democratie bestond eigenlijk nooit in de zuivere vorm waarin het volk zijn lokale vertegenwoordiger naar het Parlement stuurt en die een regering steunt op basis van door het algemeen belang geïnspireerde overwegingen en argumenten die in het transparante en publieke halfrond worden uitgewisseld. Parlementaire democratie ontstond integendeel ongeveer gelijktijdig meteen met groepering. Meer bepaald rond de grote twee partijen waarin de ideologische zuilen verankerd zaten: liberalen en katholieken. Nadien schoven die een beetje opzij om ook de socialisten er bij te laten, maar buiten wat ‘randverschijnselen' rond nationale identiteit, verdeelden de drie ideologieën bijna honderdvijftig jaar lang de politieke koek. Zo waren er drie grote stabiele blokken en weinig zorgen behalve de onderlinge zorgen van de politieke partijen.
Het is eigenlijk pas toen de twintigste eeuw haar einde naderde dat de drie politieke partijen grote blinde vlekken in hun versleten ideologie hadden opgelopen, zodat zij niet meer in staat bleken om de bevolking min of meer volledig te blijven lijmen. Het was het Vlaams Blok dat die ontmaskering voor het eerste serieus op het tapijt bracht.
Tegen de nieuwkomers werd een soort duivelsuitdrijving opgezet. Allerlei beschuldigingen werden ingevoerd en er werden processen georganiseerd die de nieuwkomers moesten diaboliseren en hun kiezers afschrikken. De media -die normalerwijs aan de kant van de kritiek en van de oppositie zouden moeten staan- plaatsten zich aan de kant van de machtigen en speelden mee in het orkest. Een nieuwe variant op het thema is nu dat het regime zelf erkent dat die stemmen verloren zijn, maar dat het probeert ze te kanaliseren in de richting van een schijn-oppositie die de facto (als ze al geen kartel vormt met de christendemocratie) nooit ver weg is van regeringdeelname of nuttig waterdragerschap. Het is in die context dat de nu al enkele jaren volgehouden (en sinds kort steeds verder escalerende) campagne van de media rond N-VA in het algemeen en rond De Wever in het bijzonder moet worden gekaderd.
Al die vele tegenmaatregelen zullen echter geen van allen kunnen verhinderen dat het politieke landschap verder wordt opgedeeld. Niet rond de N-VA uiteraard maar rond het Vlaams Belang. Dit proces zal zich trouwens verder moeten doorzetten. Daar zal wegens personeelsincidenten nog wel wat vallen en opstaan aan te pas komen, zoals bijvoorbeeld in Nederland na de moord op Fortuyn. Maar de good old days komen voor de machtigen van weleer nooit meer terug. Partijen met moderne oplossingen voor nieuwe problemen zullen (moeten) zich verder uitbouwen en hergroeperen. En om stabiele regeringen te kunnen vormen zal er eerst opnieuw vertrouwen moeten komen. Dat vertrouwen is weg omdat voor zo'n belangrijk probleem als culturele identiteit zo'n brutale repressieve afwijzing van het debat door de traditionele partijen het vertrouwen heeft ondermijnd. Het is geen ‘waanzin' dat -midden in een zware economische crisis - debatten over hoofddoekjes worden gehouden. Het is de logica zelf. Zonder een brede door de gehele bevolking aangevoelde consensus over culturele identiteit moeten we aan een herstel van onze economische kracht zelfs niet eens meer denken. Nederland is wel degelijk nog altijd gidsland. Vlaanderen loopt achter.
Gerolf Annemans
* Het videofragment vereist minimaal internet explorer 5.0. Andere bladeraars geven mogelijk foutmeldingen of tonen het beeldfragment niet.
| < Vorige | Volgende > |
|---|


